Opgaan in kunst

De komende weken ga ik werken aan het verhaal Hoe Wang-Fô werd gered, uit Oosterse Vertellingen van Marguerite Yourcenar.

Het gaat over een schilder die leeft voor zijn kunst. Hij gaat zover dat de enige waarde van de werkelijkheid is, dat ze kan dienen om op doek te worden vastgelegd. En het gaat over de keizer die is opgegroeid temidden van de kunst en buiten de werkelijkheid. Als hij op z’n zestiende buiten zijn beschermde milieu komt, ziet hij dat de werkelijkheid niet zo perfect is als op de schilderijen. De schilder moet hiervoor boeten.

Prachtig in zijn beelden, prachtig in hoe het de verhouding tussen kunst en werkelijkheid schetst en extremen van daarmee om te gaan. Dit verhaal wilde ik sinds ik het boek van Anke kreeg ooit nog eens vertellen. De aanleiding nu is dat ik op 24 oktober in museum CODA in Apeldoorn een verhaal mag komen vertellen.

Waar kan dit verhaal nu beter verteld worden dan in een museum?

Dit bericht is geplaatst in passend, project, schrijver, verhaal en getagd. Bookmark de permalink.