Bijvoeglijke naamwoorden

“Het enorme kasteel doemde angstwekkend op.”

Een van de motto’s die mij uit tal van toneellessen zijn bijgebleven is, ik heb ‘t al eens eerder genoemd: “Show, don’t tell.” Alles wat je als toneelspeler kunt laten zien in je houding en expressie, hoef je niet te zeggen. Als je laat zien dat je bang, blij of boos bent, ga dat dan niet ook nog eens zeggen. Wij, het publiek, zíen het al.
Als verteller kan ik laten zien dat het kasteel enorm en angstwekkend is. Misschien is even slikken al genoeg. Als ik het als verteller zíe en voel, dan ziet het publiek het ook. In extremo betekent dit dat een goede verteller geen bijvoeglijke naamwoorden nodig heeft. Ik heb een verteller wel eens horen vertellen dat hij bij wijze van experiment wel eens een verhaal zonder bijvoeglijke naamwoorden heeft verteld.

Dat is natuurlijk vooral een experiment, maar ik denk dat veel vertellers met minder bijvoeglijke naamwoorden toe kunnen.

Dit bericht is geplaatst in schrijven. Bookmark de permalink.