Doperwtjes in de muziek

Anke speelde dit weekend het dubbelvioolconcert van Bach. Ze speelde het prachtig. Wat ik niet helemaal zeker weet is of ze ook die heel snelle loopjes in het derde deel vlekkeloos speelde. Daar speelt het orkest vol mee en raken die parelende slierten van de solisten makkelijk ondergesneeuwd.
Best frustrerend als je er, zoals Anke, hard op gestudeerd hebt om die slierten echt te laten parelen. Dat elk afzonderlijk nootje te onderscheiden is en niet opgaat in een brei van noten. Of, om Ankes metafoor te gebruiken, om te zorgen dat het geen puree wordt, maar dat het doperwtjes blijven.

Dit bericht is geplaatst in metaforen, muziek. Bookmark de permalink.