U-bocht naar de werkelijkheid

Laatst stond in de kerkdienst het verhaal van Jona in de walvis centraal. De profeet die een taak opgedragen krijgt, maar voor de verantwoordelijkheid wegloopt. Ad Wijlhuizen, de predikant van dienst, vertelde er dit verhaal bij. Met dit indringende begin had hij mij meteen te pakken. Hij zat op een stoeltje vóór de preekstoel:

“Ja daar zit je dan, Jona… in de buik van de vis… ver van alles… een dikke speklaag houdt alles mooi op afstand… hier dringt niets van buiten door… ik hoor geen storm… geen golven… zouden we diep zitten… of?… ze zullen mij ook wel niet horen hier… wie zou dat ook moeten zijn…
“Ik wist trouwens niet dat we met zoveel in hetzelfde schuitje, buikje, zaten. Wat brengt u hier? Ook op de vlucht? Nee? Hoe komt u dan hier verzeild in de buik van deze vis? O, u wist niet eens dat u in een buik was? U dacht ik zit gewoon in een stoel in een kerk. Nee, dan moet ik u toch even uit de droom helpen. U zit niet in een kerk, u bevindt zich in de diepte. U bent zojuist, rond de klok van half tien vanmorgen, opgeslokt. Had u niet gedacht. Nee, dat zie ik aan u…”

De u-bocht van en naar de realiteit die Ad hier maakt, vind ik heel intrigerend en het effect ervan is geweldig. In een paar zinnen gebeurt hier iets heel merkwaardigs.

Als een dominee gaat preken in een kerkdienst, hebben de kerkgangers, het publiek, een bepaalde verwachting. De dominee gaat hen toespreken. Hij gaat iets uitleggen, verkondigen, aan de orde stellen. Een typische vorm van een preek is dat hij begint met de werkelijkheid van alledag. (Denk aan dominee Gremdaat: “Vandeweek stond ik bij de slager…”) Dan wordt er een sprong gemaakt naar de lezing uit de bijbel. Daar worden lessen uit getrokken die dan weer op de werkelijkheid van alledag betrokken worden.
Hier gebeurde iets anders. De dominee sprak vanaf een andere plek dan normaal en hij begon ook op een andere manier: “Daar zit je dan, Jona.” Het publiek wist als vanzelf: hij gaat een verhaal vertellen. Dit is niet meer de dominee die preekt, maar een verteller die een verhaal vertelt. Hierdoor kwam het publiek automatisch in een toestand van suspension of disbelief. Zodra wij mensen naar een verhaal luisteren, geloven we alles wat daarin gebeurt. We weten echt wel dat er geen draken en heksen bestaan, dat wolven niet kunnen praten en dat Jona vast niet een paar dagen in een walvis heeft overleefd. Maar zolang het verhaal duurt, geloven we het, omwille van het verhaal.

Goed, er werd dus een verhaal verteld en wel in het ik-perspectief: Jona vertelde zijn verhaal. We waren uit onze werkelijkheid gehaald en luisterden nu naar de werkelijkheid van Jona. Hij zat in een walvis en met zijn opmerking over die dikke speklaag, begonnen we het steeds meer voor ons te zien. We waren even op het verkeerde been gezet: geen preek die ons in onze actualiteit aan zou spreken, maar een verhaal met zijn eigen werkelijkheid.

Maar nog geen drie zinnen later, kantelde het weer. De verteller, de ‘ik’, Jona, begon ons, het publiek, rechtstreeks aan te spreken. Bijzonder. We hadden net de ‘toneelwerkelijkheid’ van Jona in zijn walvis aanvaard en nu sprak hij ons aan? Om het technisch te zeggen: de verteller had net met zijn verhalende begin een vierde wand opgetrokken, maar die brak hij nu net zo snel weer af. Ons voorstellingsvermogen moest wat opgerekt worden, maar suspension of disbelief is krachtig en deed z’n werk. We geloofden het meteen weer. Wij zaten mét deze Jona in een walvis.
Dachten we. Want nu begint hij over dat wij misschien dachten dat we op een stoel in de kerk zaten. Jona, die ons als kerkgangers aanspreekt. Het moet niet gekker worden. Met een smak worden we weer in de realiteit geplaatst. In onze realiteit. In de werkelijkheid dat we gewoon net als elke week op zondagochtend in de kerk zitten. En in die walvis. We zitten ook in die walvis, met die dikke speklaag.

“hier dringt niets van buiten door… […] ze zullen mij ook wel niet horen hier”

Wat een snoeihard beeld voor een kerk die toch pretendeert in de wereld te staan en een verhaal voor de wereld te hebben. Wat een aangrijpend begin van een preek!

Dit bericht is geplaatst in perspectief, schrijven, verhaal, verteller. Bookmark de permalink.