Fafner, de bank

Afgelopen vrijdag zag ik de opera Siegfried – mijn verjaardagskado van Anke. In alle opzichten een geweldige opera. Goed dat de Nationale Reisopera dit project is begonnen en ondanks alle heftige bezuinigingen ermee doorgaat. “Lachend de dood tegemoet,” parafraseert een woordvoerder het slot van de Siegfried: Leuchtende Liebe, lachender Tod.

Aan een ander fragment uit Siegfried moest ik denken toen ik las in De Prooi over de ondergang van ABN Amro. De flaptekst zegt het netjes: “Al die trotse, arrogante, bankiers van ABN Amro wilden teveel en verstonden elkaar slecht.” Het gaat over alfamannetjes, geldzucht, grootheidswaan en het totaal uit beeld raken van waar het bij een bank om gaat: de klanten en hun vertrouwen. Blind raken voor veranderende omstandigheden, het zicht op de werkelijkheid verliezen.
Opeens moest ik weer denken aan de draak Fafner uit Siegfried. De draak die een goudschat bewaakt die er overigens ook de oorzaak van was dat hij zijn eigen broer vermoordde. De draak die zich maar af en toe laat zien en die onoverwinnelijk is. Als hij gewaarschuwd wordt dat er nu een held aankomt om hem te verslaan, bestaat zijn reactie uit de onvergetelijke tekst:

Ich lieg’ und besitz’ – lasst mich schlafen!

Wat een oersterk beeld en wat een tekst!

Dit bericht is geplaatst in metaforen, muziek, schrijver, zakelijk. Bookmark de permalink.