Open en naakt

Tijdens een workshop onlangs vertelde een verteller een grappig zelfgemaakt verhaal over zijn liefdesgeschiedenis. Over een relatie vertelde hij dat hij lang zijn gevoelens voor zich had gehouden, maar dat hij op een dag zich eindelijk uitsprak. Zijn hele hebben en houden gooide hij eruit. Hij vervolgde zijn verhaal met: “Open en naakt stond ik voor haar.”

Als hij had gezegd: “Open en bloot…” dan was er niets aan de hand geweest. Open en bloot is een staande uitdrukking, een manier van zeggen, bij wijze van. Hij stond er niet echt open en bloot, maar hij voelde zich door zijn openheid kwetsbaar. Alleen, hij zei niet “open en bloot”, maar “open en naakt” en dat veranderde het beeld volledig. Dat is geen staande uitdrukking. Toen hij dit zei, had ik het beeld dat hij in zijn blootje voor zijn geliefde was gaan staan toen hij zijn hart uitstortte. En dat beeld, deze verteller in adamskostuum voor zijn geliefde, paste totaal niet bij de sfeer van het verhaal en de situatie.
Een mooi voorbeeld hoe je als verteller op moet letten welke woorden je gebruikt.

In dezelfde workshop vertelde een ander een Griekse mythe. Op enig moment kwam daar de zin: “Eros vlóóg de berg op.” Als we het hebben over iemand die ergens naartoe vloog, dan bedoelen we dat vaak figuurlijk: hij deed het met veel haast, hals-over-kop. En die uitleg paste goed bij de situatie in het verhaal. Maar in dit geval ging het om een god. En niet zomaar een god, maar Eros: de god die later nogal eens gedegenereerd is tot een cupido: zo’n blozend engeltje met pijl en boog. In het verhaal werd Eros als een halfzacht, wat verwijfd type neergezet. En door dan het woord “vliegen” te gebruiken als hij zich verplaatst, wordt de associatie met dat engeltje, met vleugels waarmee hij inderdaad kán vliegen, nog eens aangezet.
Een mooi voorbeeld van hoe je dubbele betekenissen kunt gebruiken.

Dit bericht is geplaatst in schrijven. Bookmark de permalink.