Andere grote verhalen

Ik schreef over twee grote verhalen waar we binnenkort naartoe gaan. Voorstellingen die bijna een hele dag duren. Zonder me te durven vergelijken met Wagner of toneelgroep de Appel: ook ik maak en vertel grote verhalen. Vergelijken is zinloos, ook al omdat mijn verhalen zich in tijdsduur aan het andere eind van het spectrum bevinden. Waar de Appel en Wagner uren en uren uittrekken voor hun verhaal, zijn mijn grote verhalen meer in de orde van een kwartier, of hoogstens een half uur. Ik denk bijvoorbeeld aan de corporate story die ik schreef voor de Vereniging voor Elektrotechnisch Vakonderwijs (De meester van de bliksem) en aan het toneelstuk Pelleas en Melisande dat ik bewerkte om te vertellen bij de orkestsuite van Sibelius. Twee mooie voorbeelden van het behapbaar maken van grote verhalen.

De opdracht die ik van de VEV kreeg was: vertel de geschiedenis van onze 80-jarige vereniging in een kwartier. En doe dat op een manier die ook niet-insiders kan boeien. Ten eerste betekende dat dus: op de hoogte raken van die geschiedenis. Hiertoe heb ik tal van bestuursleden en oud-bestuursleden gesproken. Ook heb ik jubileumboeken bestudeerd. Eerst een veelheid aan informatie opdoen. Om dan vervolgens te gaan selecteren: welke onderwerpen en gebeurtenissen moeten zeker een plek krijgen in het verhaal en wat moet dan maar komen te vervallen? Wat geven de betrokkenen aan als belangrijk. En wat wil ik er zèlf ook in hebben, bijvoorbeeld omdat het juist voor buitenstaanders leuk of intrigerend is. Tenslotte: welke vorm geef ik aan het verhaal? In het geval van de VEV is het een sprookje geworden, waarin de vereniging gerepresenteerd werd door de hoofdpersoon.
Bij Pelleas en Melisande lag er al een verhaal, een toneelstuk dat ingekort moest worden. Dat inkorten was nodig omdat het in de muziek van Sibelius moest passen. Waar de muziek van Sibelius oorspronkelijk intermezzi waren binnen het toneelstuk, moesten in dit geval verhaal en muziek gelijkwaardig worden. De vraag hoe ik het stuk ging inkorten begon weer met het doorgronden van het verhaal en het vaststellen welke elementen er per se in moesten blijven en welke eventueel konden vervallen. Hierbij waren de deeltjes van Sibelius’ suite ook een factor van betekenis: de scènes waar hij muziek bij had gemaakt, moesten zeker in het verhaal terugkomen. En in derde instantie werd de bewerking bepaald door de muziek: daar waar mijn tekst zou samenvallen met de muziek moest ik die inpassen in die delen die zich daarvoor leenden. Dat betekende soms puzzelwerk omdat een zin af moest zijn voordat er weer een luide orkestuithaal zou komen.

Toneelgroep de Appel en Richard Wagner vertellen grootse verhalen in grote voorstellingen. Ik vind het steeds wee een uitdaging om grootse of grote verhalen tot behapbare vorm terug te brengen.

Dit bericht is geplaatst in schrijven, verhaal. Bookmark de permalink.