(G)een verhaal in een jubileumboek (4)

Vandaag is het jubileumboek uitgekomen waarvoor ik een stukje heb geschreven. Voor de zomer heb ik hier al wat over het ontstaan ervan geschreven. Helaas is het bij de eindredactie alsnog buitenboord gevallen – er was teveel materiaal.
Dit is wat het geworden was.

Muzikale oecumene

Toen ik misschien alweer dertig jaar geleden voor het eerst naar mijn
tweede orgelleraar ging, had ik voor de kennismaking een imposant stuk
meegenomen. Nadat ik het had voorgespeeld was ik niet ontevreden.
Dit zou indruk maken. Maar in plaats van het compliment dat ik
verwachtte, zei de man: “En dan gaan we er nu muziek van maken.” Dat
kwam aan! Ik was er nog lang niet. Orgelspelen was méér dan de noten
goed en snel spelen.
Ik zal het wel nooit helemaal kunnen bevatten, maar langzaam ontdekte
ik elementen die maken dat losse nootjes muziek worden. Langzaam
kom ik erachter dat het lef vraagt om de veiligheid van de letter te
durven loslaten om de geest de ruimte te geven.
Om die geest op het spoor te komen luister ik graag naar allerlei
soorten muziek. Af en toe levert dat een regelrechte openbaring op. Het
requiem van Mozart: zo klinkt troost. Brel, die je met zijn chansons bij
de lurven grijpt en je langs alle mogelijke emoties sleurt. Barok en pop,
symfonie en strijkkwartet, zestiende-eeuws en hedendaags – wat is er
veel goede muziek gemaakt! Muziek die tot diep van binnen doordringt.
Wat me dan precies raakt vind ik vaak lastig onder woorden te brengen.
Gelukkig hebben anderen hier ook over nagedacht. Iemand noemde
de clavecimbelsolo in het vijfde Brandenburgse concert de eerste
hardrock in de geschiedenis. En inderdaad, luister maar. Het vreemde,
mysterieuze, grimmige einde van die solo zou zo in een stuk van Iron
Maiden passen. Sommigen zullen deze vergelijking oneerbiedig vinden,
maar voor mij wordt Bach er alleen maar geweldiger door. Nog een
voorbeeld. Ik dacht dat ik niet van opera hield. Totdat ik me eens in
het verhaal van Siegfried verdiepte en er een uitstekende exegese over
hoorde. Toen ik daarna de opera hoorde was ik bekeerd.
Er zijn tijden geweest dat ik veel meer studeerde en orgelstukken
speelde waar ik nu niet meer aan durf te beginnen. Maar ik geloof dat ik
in een belangrijk opzicht beter speel dan destijds: ik durf iets muzikaler
te spelen. Met dank aan, ik noem het maar, de muzikale oecumene.

Dit bericht is geplaatst in metaforen, muziek, passend, schrijven, verhaal. Bookmark de permalink.