“Duidelijke voorbeelden, eenvoudige structuren”

Gedurende de dag over storytelling voor IT architecten van ProRail zijn er natuurlijk ook verhalen gemaakt. Na de anecdotes in de ochtend en achtergrond over wat een verhaal is, gingen ze aan de slag met metaforische verhalen. Via associatie- en creativiteitsoefeningen vonden ze de held voor hun verhaal. Aan de hand van een eenvoudig stappenplan construeerden ze vervolgens het verhaal eromheen. Een van de deelnemers waardeerde de “duidelijke voorbeelden en eenvoudige structuren” die ik daarvoor aanreikte.

Of het metaforische verhaal nou een sprookje is, een dierenverhaal of een meer realistisch verhaal ‘over gewone mensen’ – een aantal punten vind ik belangrijk:
Weet wat je wilt vertellen. Je kunt de mooiste of leukste verhalen maken, maar in zakelijke context is het doel van de verhalen meer dan vermaak. Als je niet eerst duidelijk weet wat je wilt vertellen, heeft het geen zin te gaan associëren of creatief te worden om een verhaal te maken. Doug Lipman zegt dat je als verteller moet weten wat je Most Important Thing is.
Het verhaal moet goed zijn, maar dat lukt niet in één keer. Voor metaforische verhalen houd ik ervan om, als ik eenmaal bepaald heb wie de held is, eerst maar eens een verhaaltje te maken dat zo bij mij opkomt. Als de held een mier is, wat zou dan zijn doel zijn? Wat zijn de obstakels die hij moet overwinnen? Als de held een gedeukte, oude volkswagen is, wat is dan het probleem dat hij moet oplossen? Eerst maar eens uit de losse pols een verhaaltje maken. Pas daarna kun je gaan verifiëren of het verhaaltje ‘goed’ is. Dat wil in zakelijke context bijvoorbeeld zeggen: de boodschap zit er in; de dilemma’s die spelen zijn verwerkt; de andere kant van het verhaal krijgt ook aandacht. En juist bij metaforische verhalen is het ook belangrijk om te checken dat de metafoor geen ‘verkeerde’ associaties oproept; associaties die je juist wilt vermijden. Het kan lastig zijn om dat op voorhand in te schatten.
Vertel je verhaal regelmatig. Oefen, oefen, oefen en maak het beter naar aanleiding van de respons van het publiek. Als je het verhaal voor een belangrijke gelegenheid hebt gemaakt, oefen het dan een aantal keer voor een behulpzaam publiek. Als je het verhaal bij diverse gelegenheden, met mogelijk verschillend publiek gaat vertellen, denk dan na over variaties om daarop aan te sluiten.

Natuurlijk konden de groepjes gedurende de workshop slechts een eerste versie van hun verhaal maken en vertellen. Het fijnslijpen zouden ze zelf moeten doen ná de workshop. Desalniettemin was ik aangenaam verrast door de verhalen waarmee de vrouwen en mannen van ProRail op de proppen kwamen. Bijvoorbeeld een ijzersterk verhaal over de problemen in de wereld van het Europese spoor om over landsgrenzen heen ritten op elkaar te laten aansluiten.

Een gezant moest voor een prins uit Italië heel Europa door om de aanstaande bruid van de prins te vinden. Hij had geen kaart voor de hele reis, maar slechts het eerste stukje. Als hij aan de rand van dat stukje kaart was aangekomen, zou hij een nieuwe aanwijzing krijgen. Op zijn tocht trof hij een kluizenaar op een berg, moest hij puzzels oplossen en tal van problemen overwinnen – en zo vond hij uiteindelijk de bruid in Noorwegen.

Of het trieste verhaal dat voor alle aanwezigen maar al te herkenbaar was.

Het ging over een hond die naar zijn geliefde wilde, maar werd tegengehouden door een brede sloot. Hij werd geholpen door een kat, die bij elke stap vooral zijn eigen belang op het oog had. Het verhaal eindigde met de hond in een band die langzaam leegliep, dobberend op de sloot, zonder uitzicht de geliefde ooit te bereiken.

Ik schreef het al eerder. De dag was erg geslaagd. De architecten schreven op de evalutatieformulieren:

“sterk punt: de integratie tussen werk en verhaal”
“inspirerend, overtuigend”
“goede opbouw”

Dit bericht is geplaatst in IT, reactie, training, verhaal, werkvorm, zakelijk. Bookmark de permalink.