Een horrorverhaal op maat (2)

Een leuke vraag dus, en ik had er vertrouwen in: een horrorverhaal op maat. Maar daarmee is alles gezegd. Ik had nog nooit een horrorverhaal geschreven en was ook niet heel bekend met het genre. Dus begon ik eerst maar eens met onderzoeken hoe horror eigenlijk werkt: wat maakt een verhaal eng en hoe houd je de spanning erin?

Ik keek een aantal films, maar merkte dat wat daar veel gebruikt wordt, in een geschreven verhaal niet zou werken. Denk aan plotselinge schrikeffecten of spannende muziek. Ik zou mijn verhaal weliswaar als podcast aanleveren, maar ik wilde er geen hoorspel van maken. De tekst zou het moeten doen – en natuurlijk de manier hoe ik het vertelde. Dus ben ik ook horrorboeken gaan lezen. Met name Hex van Thomas Olde Heuvelt was enorm inspirerend. Zijn beelden zijn huiveringwekkend en hoe hij het kwaad geleidelijk laat groeien en woekeren is adembenemend.
Maar misschien wel de meeste inspiratie deed ik op uit een telefoongesprek met de eigenaar van het landhuis waar het verhaal zich zou gaan afspelen. Ze vertelde dat in het huis dingen waren gebeurd waar je niet bijgelovig voor hoeft te zijn om er koude rillingen van te krijgen. Ze vertelde over, zoals zij het noemde, “sixth-sense-ervaringen”. En over de grote brand die er was in de nacht voordat ze hun eerste gasten zouden ontvangen. Daarnaast wist ze ook het een en ander te vertellen over de geschiedenis van het huis en over eerdere eigenaren… Een heel deel van mijn verhaal zou ik niet hoeven verzinnen: het wás al een spookhuis!

In die tijd zat ik met regelmaat in een goede koffiezaak bij ons om de hoek. Ik schreef en herschreef. Sommige ideeën bleven, anderen waren ‘darlings’ die ik toch moest ‘killen’. Ik bekeek de omgeving van het landhuis op Google Maps (een dorpje, een kasteel) en ik las wat ik kon vinden over de historie. Ik bedacht verschillende personages en verschillende periodes waarin het verhaal zou spelen. Ik experimenteerde met horrorachtige scènes, die ik Anke voorlas. Bij sommige schoot ze in de lach (niet goed) maar sommige kregen een betere respons. Die bleven. Zo groeide het verhaal langzaam maar zeker.
De opdrachtgever was benieuwd welke kant het verhaal op zou gaan. Om mezelf niet vast te zetten, deelde ik in het begin alleen nog maar summiere informatie over mijn ideeën. Tot de eerste versie van het verhaal zo af was, dat ik het met hen deelde. Fijn dat zij er meteen erg blij mee waren – en ook zelf weer ideeën kregen hoe ze het verhaal in het weekend in het landhuis zouden kunnen vormgeven.

Dit bericht is geplaatst in passend, schrijven, verhaal en getagd. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.