Mijn verhaal


Dit verhaal is misschien wel het meest persoonlijke dat ik heb gemaakt. Ik heb het onder andere verteld als opening van een inspiratiesessie bij In Between Café Houten.


Mijn moeder is vrij bescheiden. Mijn vader nogal gesloten.
Ik wil maar zeggen: ik ben geen geboren verteller.
Vroeger was ik klein. Echt heel klein. Mensen zagen mij niet staan. Als ik door een drukke winkelstraat liep, liepen ze van alle kanten tegen me aan. Ik werd omver gelopen. Sommigen voelden dan wel iets, maar de meeste mensen liepen gewoon door.
Ik had ook een heel klein stemmetje. Als ik iemand wel eens wilde toeroepen: “Hé, lomperik, kijk eens een beetje uit je doppen!”, klonk het als: “…”

Op een dag, toen ik weer eens door een drukke straat liep, stond er een engel voor me. Eerst had ik het niet door. Er stonden wel vaker mensen voor me. Met wat behendige bewegingen kwam ik er wel langs. Maar zij bleef staan en keek me aan.
Ze zei: “Je mag een wens doen. Zeg maar wat je wilt.”
Nu was er alweer een paar keer nogal ruw tegen me aangelopen, dus dat was niet moeilijk: ik wilde groter zijn. Dus ik zei: “…”
Ze verstond me niet: “Zeg maar wat je wilt.”
Ik probeerde het nog een keer: “…”
Toen had ze het door: “Ah, je kunt niet praten. Dat is vast wat je wilt.”
Ze bukte, pakte een kiezelsteen en gaf die aan mij: “Zuig hierop en je kunt praten.”

Toen was ze verdwenen. Ik keek beduusd naar die kiezelsteen in mijn hand. Was het een flauwe grap? Op een steentje zuigen en dan kunnen praten? Ik deed de steen in mijn zak en dacht er niet meer aan. ‘s Avonds legde ik het steentje op mijn nachtkastje. Het was onzin, ik was bedonderd. Maar toch, de volgende ochtend zou ik de eerste paar uur niemand tegenkomen. Waarom niet? Dus ik stopte het steentje een poosje in mijn mond.
Toen ik later naar buiten ging en vrij snel alweer omver gelopen werd, riep ik de man na: “Hé, lomperik, kijk eens een beetje uit je doppen!”
Ik schrok er zelf van! Ik kon praten! De man zag me niet, maar hoorde me overduidelijk! Sindsdien hoefde ik niet meer op gunstige momenten te wachten om iets te zeggen. Als ik aan de beurt was, kon ik gewoon zeggen: “Ja, ik!” en ik werd geholpen. Ik had gesprekken met mensen en hoefde niet meer alleen te luisteren. Als ik door een drukke straat liep, kon ik duidelijk maken waar ik was: “Kijk uit, ik loop hier.”

Een paar jaar later zag ik haar weer, de engel. Ik liep door het bos toen ze opeens voor me stond: “Je mag een wens doen. Zeg maar wat je wilt.”
Nou was ik net nog weer een paar keer omver gelopen, dus ik hoefde niet lang na te denken: “Ik wou dat ik groter was.”
Ze draaide zich om en wees naar een berg: “Beklim die berg, en je zult groter zijn.”
En weg was ze.
Ik had die berg had ik nog nooit opgemerkt. Eerst dacht ik weer dat het een flauwe grap was: ja, natuurlijk, als je op een berg staat ben je groter. Maar ik besloot: het steentje had gewerkt, dus waarom zou ik het er niet op wagen? De volgende ochtend pakte ik een rugzak met eten en drinken en ging op weg.
De wandeling beviel me wel. Het ging door een bos, langs een prettig, duidelijk pad omhoog. Maar toen de zon begon te zakken, was ik nog niet halverwege. Ik zocht een beschut plekje en sliep onder de bomen. ‘s Ochtends trok ik verder. Het bos hield op, nu liep ik over een kale berg. Het pad werd gaandeweg ook steeds minder duidelijk. Rotsblokken en klimpartijen. Ik viel een paar keer en haalde mijn knieën open. Schramde mijn armen.
In de loop van de volgende dag was ik er. Ik stond op de top van de wereld. Alles en iedereen lag aan mijn voeten. De mensjes die ik zag, waren piepklein. Ik genoot, maar bedacht dat ik toch ook weer naar beneden moest. Aan de andere kant van de berg was een veel begaanbaarder pad omlaag. Alsof ik door een park liep. Binnen half uurtje was ik beneden. En toen ik mensen tegenkwam, kon ik ze gewoon in de ogen kijken. Vaak moest ik zelfs omlaag kijken. Ik was echt groot geworden! Ik keek nog eens achterom. De berg was in geen velden of wegen meer te bekennen.

Vanaf die dag zagen de mensen mij staan en verstonden ze mij! Ik hoefde niet meer eerst de aandacht te trekken, ik kon ergens gaan staan en mensen keken naar me. Ik kon gaan praten, en mensen luisterden. Ik begon verhalen te vertellen en kreeg applaus. Mensen kwamen naar me toe en vroegen om bepaalde verhalen. Ik vertelde wat de mensen wilden horen.

Gister was ze er weer, de engel: “Je hebt twee wensen gedaan. Zoals het hoort, heb je er nog één tegoed. Zeg maar wat je wilt.”
Ik zei: “Ik weet het niet zo goed. Ik vertel nu al zo lang verhalen die de mensen willen horen. Ik zou mijn eigen verheel wel eens willen vertellen.”

Ze glimlachte en keek me aan: “Dan doe je dat toch?”


Creative Commons Licentie
Dit verhaal stel ik beschikbaar onder Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel 3.0 Nederland License.

Reacties zijn gesloten.