Bedenk het maar

“Hoe breed denkt-ie wel dat hij is?!,” dacht ik toen ik de bel hoorde van de fietser die langs me wilde.

Ik liep over het fietspad, netjes aan de kant en er was ruimte genoeg om erlangs te fietsen. Dat bellen vond ik overdreven. Die fietser moest wel een arrogante, zichzelf overschattende blaaskaak zijn.
Twee stappen verder bedacht ik opeens dat ik ook kon denken: “Hoe breed denkt hij wel dat ik ben?!” En daarmee werd de fietser opeens een wat zielig, zichzelf wegcijferend mannetje.

Terwijl hij waarschijnlijk alleen maar belde om mij even te waarschuwen. En was het gewoon een heel vriendelijke man.

Dit bericht is geplaatst in perspectief, verandering, verhaal. Bookmark de permalink.