Een verhaal in een jubileumboek

Veertig jaar geleden werd onze kerk, de Drie Ranken, gebouwd in goede samenwerking tussen rooms-katholieken, gereformeerden en hervormden. Die oecumenische inslag is altijd gebleven. In november vieren we het jubileum: ’40 jaar oecumene’. Er komt een jubileumboek en mij werd gevraagd of ik daaraan wilde bijdragen: een verhaaltje “waarin jij in een totaal andere zetting (soort spiegelverhaal) zou vertellen wat oecumene jou doet, jou brengt, jou geeft.” Dus nu zit ik al een paar dagen te broeden op dat verhaal.

Al snel had ik bedacht dat ik de link wil leggen met mijn nu bijna twintigjarige organistenaanstelling in de gemeente. Zou ik aan de hand van een aantal herinneringen een link kunnen leggen met het thema? Met welke gebeurtenissen uit die periode zou ik iets kunnen? Laat ik eerst eens wat dingen die boven komen noteren en zien of er überhaupt een link met oecumene te leggen is.

  • Voor ik in de Drie Ranken organist werd viel ik in in de Jachtlaankerk. Daar kreeg ik voor het eerst te maken met orgelbriefjes: soms vond ik die pas vlak voor de dienst op de trap naar het orgel het briefje waarop de predikant de liederen had opgeschreven. Was deze geringe aandacht voor de kerkmuziek typisch gereformeerd?
  • Ik speelde er ooit een niet zo kerkelijk stuk van Pink Floyd, dat goed paste op het orgel dat er destijds nog stond. Na afloop kwam een gemeentelid me complimenteren met het stuk: “Was dat niet van Duruflé, of een andere Franse impressionist?” Van een orgelliefhebber kun je niet verwachten van álle stijlen op de hoogte te zijn.
  • In de Drie Ranken zat ik een tijd in de oecumenische vespercommissie. In deze groep heb ik waardering gekregen voor allerlei ‘andere’ vormen van gemeentezang dan ik kende. Het meest blijven me bij de onberijmde psalmen die we gezamenlijk uitspraken, in ‘koor en tegenkoor’. Onbekend als ik er in het begin mee was, leek het erg ‘katholiek’. Pas later besefte ik dat deze vorm van samenspraak of gebed nog veel ouder was dan de scheuringen die tot al onze verschillende kerken hebben geleid. Ouder zelfs dan het christendom.
  • Uit de periode dat ik kerkmuziek studeerde en nog elke week orgelles had – een tijd waarin ik stukken speelde waar ik nu niet zo goed meer aan durf te beginnen – herinner ik me een nogal moderne begeleiding van een bekend gezang. Onze cantor destijds was er meteen voor in, maar hij schatte in dat ik die begeleiding maar niet in een dienst moest gebruiken: de gemeente zou het spoor van het lied snel bijster raken. Met de cantorij heb ik het stuk uitgevoerd op een gemeenteavond. De reacties waren verdeeld. Laat ik zeggen dat er ook mensen enthousiast waren.
  • Ik speelde tijdens een avondmaal eens een Agnus Dei van Frank Martin. Ook een modern idioom, maar dit keer werkte het wonderwel. Soms heb je van die momenten waarin het is alsof iedereen geraakt wordt, dat een stilte heel intens wordt. Ik had de indruk dat dat toen ook gebeurde. Een Agnus Dei voor orgel. Kan instrumentale muziek rooms katholiek zijn? In onze protestantse gemeente werkte het prima.
  • Minder en minder zingen we in onze gemeente de Apostolische geloofsbelijdenis in de ooit populaire toonzetting van van de Westering. Een toonzetting die was geïnspireerd op een oude melodie van de geloofsbelijdenis van Nicea. Een stuk dat in zichzelf al de nodige oecumene bergt, dus.

Leuk om dit zo eens op te diepen. Aardig ook om hier en daar een oecumenische draai aan te geven. Maar zit hier nu een verhaaltje in voor het jubileumboek? Zo op het eerste gezicht niet. Maar ik heb wel een idee gekregen.

Binnenkort meer.

Dit bericht is geplaatst in metaforen, passend, schrijven. Bookmark de permalink.