Je moet een goed verhaal hebben – 3

(Derde deel in de trilogie, met hier delen één en twee)

“Je moet een goed verhaal hebben.”
Hij was architect en moest adviseren over een belangrijke IT-beslissing. De afgelopen jaren had hij steeds weer gewaarschuwd voor de lange-termijngevolgen van verkeerde beslissingen. Maar keer op keer had de korte termijn het gewonnen. De technical debt was hen boven het hoofd gegroeid. De beheerkosten waren gigantisch. Voor zijn gevoel was het nu of nooit. Hij wilde nog één keer zijn best doen om zijn ideeën voor het voetlicht te krijgen.
Intussen besefte hij ook dat het goede verhaal dat hij daarvoor nodig had, méér moest zijn dan de gedegen presentaties die hij de vorige keren had gehouden. Die bevatten weliswaar alle objectieve voors en tegens, maar ook niet meer dan dat. Een droog en onbewogen relaas, zo had hij intussen door schade en schande geleerd, maakt niets los – hoogstens een geeuw op de achterste rij.
Hij had mij wel eens een mythe over Daedalos horen vertellen toen het ging over stakeholderanalyse. En een sprookje over een koning en zijn kasteel in de context van CBD-problematiek. Dat zag hij zichzelf niet zo snel doen: “Ze zien me al aankomen.” Daar had hij een punt. Met dergelijke Verhalen, met een hoofdletter V, moet je uitkijken. Metaforen, dierenverhalen, verhalen met meer lagen, als je die niet goed voorbereidt en vertelt doen ze meer kwaad dan goed.
Maar dat soort verhalen had hij helemaal niet nodig. Hij had zó een paar gebeurtenissen bij de hand over de gevolgen van de huidige situatie. Die extreem gênante situatie waar een van de grootste klanten een dag niet bij zijn gegevens kon. Die ‘kleine’ change die drie maanden had geduurd.
“Je moet een goed verhaal hebben.” Nou, hij had wel tien van die verhalen. We gingen aan de slag om de sterkste te kiezen en fijn te slijpen. Dit keer zou zijn betoog wèl binnenkomen.

(deze blog is ook geplaatst op de site van cibit academy)

Dit bericht is geplaatst in anecdote, IT, schrijven, training, zakelijk. Bookmark de permalink.