2011 – het jaar van de engel

Engelen vliegen me aan alle kanten tegemoet. Dan heb ik het niet over de zoetsappige engelen die momenteel door een Noorse prinses worden verkondigd, maar over serieuze engelen uit sprookjes, mythologie, poëzie en literatuur.

Dit sprookje is van mijzelf en over mythische beschermengelen schreef ik ook al eens. Maar vandeweek kocht ik de nieuwe dagkalender van de poëzie en zag dat die dit jaar als thema had: “Engelen en demonen, goden en duivels”, met achterop een fragment uit een gedicht van Hans Faverey:

De engel buigt zich dieper en dieper

over de borstwering, totdat het
van opwinding begint te tintelen
in zijn vleugels. Zou hij zich

misschien naar beneden storten
en hun zo de kans geven te tonen
wat hij waard is als engel?

En eenzelfde soort engelachtige onmacht lees ik nu al op de eerste pagina’s van Engelen vallen langzaam van Karl Ove Knausgård, een boek dat ik hoop na kerst in een ruk uit te lezen. Misschien moet ik Der Himmel über Berlin ook maar weer eens zien, dezer dagen.

Dit bericht is geplaatst in metaforen. Bookmark de permalink.